| DE LOCATIE Aan de voet van de Boekentoren te Gent. HET CONCEPT In de schaduw van Henri Van De Veldes wereldvermaarde Boekentoren ontwikkelt zich deze verbouwing hoofdzakelijk sequentieel-lineair. Uit hoofde van capaciteitsvergroting werd de bestaande tuin ingenomen als verbruikszaal. Om echter een "reftergevoel" te vermijden werd het koffiehuis achtereenvolgens ingedeeld in zones met elk een eigen karakter. Vooraan het leesgedeelte, nadien het keukengedeelte, dan de patio en ten slotte de achterste, afsluitbare ruimte die tevens dienst kan doen als vergaderzaal. Elke ruimte heeft een eigen context: vanuit de leeszone kan men kijken naar het gebeuren op straat; vanuit het keukengedeelte, doorheen het glazen dak, wordt de aandacht gevestigd op Van De Veldes Boekentoren; zittend op de lange houten banken in de achterste ruimte heeft men zicht op de Japans aangelegde patio. Deze patio is opgevat als kijktuin, heeft langs drie kanten beglaasde wanden en ligt centraal tussen de verschillende zones waardoor de betrokkenheid op de binnenruimtes gemaximaliseerd wordt. Omwille van de merkwaardige Stedebouwkundige regels was het mogelijk om langs de zijde van de Rozier, over een breedte van ongeveer twee meter en over de volledige lengte van het perceel, de bouwhoogte uit te breiden. Hierdoor kon het sanitair ondergebracht worden op de eerste verdieping. De trap naar deze dienstruimtes, geflankeerd door een glazen pui van vijf meter hoog, bedient ook de dakterrassen vanwaar men zicht heeft op de eronder gelegen siertuin. Door de inpandige ligging kan men op deze intimistische buitenruimtes ongestoord genieten van de eerste zonnestralen. De voorgevel is structureel ongewijzigd gebleven. Het gelijkvloers is voorzien van nieuwe beglazing en opgevat als kijkdoos: de volledige sequentie van ruimtes wordt zichtbaar van op straat. In de zijgevel wordt de Stedebouwkundige rariteit zichtbaar in de vorm van een metalen doos waarvan de horizontaliteit een dialoog aan gaat met de vertikaliteit van de Boekentoren. In het interieur worden industriële materialen in contrast gesteld met warme, huiselijkere tinten: vloer en toog in beton staan in contrast met de wand in berkfineer, de witgeschilderde muren en het buitenschrijnwerk in eik.De wand in berkfineer, van het plafond losgewerkt door een streep van indirect licht, strekt zich uit over de volledige bouwdiepte van het perceel waardoor de verschillende zones aan elkaar geregen worden. De centraal ingeplante, open keuken, afgeschermd van de verbruikzaal door een toog in glad bekist beton en gelegen onder het horizonale dak-, kijkraam, overziet het gehele gebeuren. PROJECTGEGEVENS Opdracht: verbouwen van een koffiehuis Opdrachtgever: Dhr G.Van der Donck Projectteam: architectuur: a154 interieur: a154 stabiliteit: studiebureau H.Fraeye Oppervlakte: 350 m2 Datum oplevering: september 1999 Fotografie: Bruno De Cock |
|